Z-buffer

Register met diepte-informatie. Voor ruimtelijke afbeeldingen is het niet voldoende slechts twee beeldpunt-co├Ârdinaten (X en Y) op te slaan. Ook is de diepte van belang. Deze derde co├Ârdinaat (Z) wordt opgeslagen in de *Z-buffer*. Voordat er een nieuw beeldpunt op het scherm wordt getekend, wordt eerst gekeken of het zich voor of achter een reeds bestaand beeldpunt bevindt. In het laatste geval hoeft het niet te worden getekend. De *Z-buffer* maakt het mogelijk moeiteloos te controleren of een object zichtbaar is of niet. Uiteraard geldt hier: hoe meer diepteniveaus de *Z-buffer* kan bevatten, hoe beter het beeld. Een 16-bit Z-Buffer is werkelijk het minimale en kan soms toch nog voor enkele foutjes zorgen. Een 24-bits of 32-bits Z-Buffer is veel idealer. Bij lagere Z-Buffer dieptes kunnen er onnauwkeurigheden ontstaan in de diepte-berekening, wat kan resulteren in verkeerd gerangschikte objecten.