POP (Post Office Protocol) is het meestgebruikte protocol voor het ophalen van e-mail van een mailserver. Inmiddels is POP aan de 3e versie toe.
POP3 is een internetstandaard voor het overbrengen van e-mail van een server naar een client (e-mailprogramma van de gebruiker) over een TCP/IP-verbinding (gewoonlijk over poort 110). Bijna alle ISPs bieden een e-mailaccount aan die beschikbaar is via POP3.
De huidige versie van Post Office Protocol, POP3, verschilt sterk van de vroegere versies van het POP-protocol, POP (gewoonlijk POP1 genoemd) en POP2. Gewoonlijk wordt er met de term "POP" POP3 bedoeld als het over e-mail gaat.
POP3 en zijn voorgangers zijn zo gemaakt dat de gebruikers zonder constante internetverbinding (zoals dial-up-internet) hun e-mail kunnen ophalen als ze verbonden zijn met het internet, en vervolgens de berichten kunnen bekijken en bewerken zonder dat het nodig is om met het internet verbonden te blijven.
Het is gebruikelijk, dat een client verbinding met een POP3-server maakt en dan alle e-mails ophaalt en lokaal opslaat. Vervolgens verwijdert het de berichten van de server en verbreekt het de verbinding. Daarnaast bieden de meeste cliënten de optie, om de berichten op de server te laten staan.
Dit is in tegenstelling tot het modernere IMAP-systeem dat zowel een "disconnected mode" (zoals de manier van POP3) ondersteunt als een "connected mode". Cliënten die IMAP gebruiken laten de berichten gewoonlijk op de IMAP-server staan tot de server ze expliciet verwijdert. Dit en andere eigenschappen van het IMAP-systeem laten toe dat meerdere clients toegang hebben tot dezelfde mailbox. De meeste e-mailprogramma's ondersteunen zowel POP3 als IMAP, maar ISP's bieden vaak geen IMAP aan.
Zowel bij het gebruik van POP3 en IMAP om de e-mails op te halen wordt er het SMTP-protocol gebruikt om e-mails te versturen. E-mailcliënten worden vaak "POP-clients" of "IMAP-clients" genoemd, maar in beide gevallen wordt er ook gebruikgemaakt van SMTP.
