Digitale fotocamera

De digitale fotocamera is verkrijgbaar als compact en spiegelreflex en onderscheidt zich qua uiterlijk nauwelijks van een normaal fototoestel. Het verschil zit in de camera, waar zich in plaats van een film een beeldchip (CCD, CMOS) bevindt met lichtgevoelige cellen, de pixels. Bij het maken van een opname valt het licht door de lens in bundels op die cellen en ontstaat daar, afhankelijk van de hoeveelheid licht, per pixel een kleinere of grotere elektrische lading. Omdat het gaat om vele honderdduizenden tot meerdere miljoenen cellen, levert dat samen een complex elektrisch signaal op. Dat signaal wordt vertaald in nullen en enen (bits) en opgeslagen in een in- of extern geheugen als digitaal beeldbestand. Het grote voordeel van digitale opnamen is dat ze meteen beschikbaar zijn om via de computer te worden afgedrukt met een (foto)printer. Daarvoor bestaan speciale fotopapiersoorten. Verder kunnen de beelden per e-mail over de hele wereld worden verstuurd. Tenslotte kan digitaal beeld op de computer op allerlei manieren worden bewerkt en gebruikt ter illustratie van zelfgemaakt drukwerk zoals wenskaarten. Bij het fotograferen werkt een digitale camera als een gewoon fototoestel. Scherpstelling en belichting verlopen volautomatisch en de camera's zijn altijd voorzien van een ingebouwde automatische flitser. Bij de compactuitvoeringen is er keuze uit een objectief met een vast brandpunt en een zoomlens; de spiegelreflexmodellen bieden de mogelijkheid van objectief te wisselen. Hoe meer cellen er op een beeldchip aanwezig zijn, des te gedetailleerder een opname wordt weergegeven en hoe groter die kan worden afgedrukt zonder te vervagen. Bij weinig pixels wordt gesproken over een lage resolutie; bij veel pixels over hoge resolutie.