CD audio: Compact Disc Digital Audio

_Compact Disc Digital Audio_ staat voor het begin jaren '80 geintroduceerde systeem waarbij op de bron (het zilverkleurige schijfje met een diameter van 12 of 8 cm) de geluidsinformatie in enen en nullen is opgeslagen. De CD-speler leest deze enen en nullen van het schijfje en zet ze via een digitaal-naar-analoog omzetter naar hoorbare klanken om (zie afbeelding hieronder). Het systeem maakt gebruik van PCM (Pulse Coded Modulation), wat een methode is voor het linear (achter elkaar in een lijn) digitaal opslaan en weergeven van niet gecomprimeerde audio-informatie. Deze lineare vorm van opslag & weergave wordt oa gebruikt bij CD's, DAT recorders, DVD's en LaserDiscs. Op o.a. DVDs en LaserDisc's (en ook op bijvoorbeeld DTS audio CD's) kan echter ipv/naast het lineare PCM geluidsinformatie gecomprimeerde geluidinformatie zijn opgeslagen. Voorbeelden van dergelijke compressiesystemen zijn Dolby Digital (ookwel: Dolby AC-3), DTS, MLP, HDCD en MPEG-II (multichannel). Andere voorbeelden (van niet-surround bronnen zijn ATRAC wat gebruikt wordt bij MiniDisc en PASC bij DCC). Bij al deze voorbeelden wordt het uitgelezen gecomprimeerde signaal naar een processor gestuurd welke de informatie op de juiste manier decodeert, waarna het versterkt kan worden om daarna weer te kunnen geven via luidsprekers. In veel gevallen is de digitale audio op een CD minder van kwaliteit dan de orginele digitale of analoge opnames. Topklasse platenspelers geven dikwijls een natuurlijker geluidsbeeld dan de digitale tegenhangers. De verschillen tov analoog zijn zeker in de onderklasse van CD spelers groot. Bij hoge kwaliteits CD spelers zijn de verschillen al veel kleiner. Deze verschillen die veel mensen in eerste instantie vreemd in de oren zal klinken, zijn er echter de oorzaak van dat audiofielen EN de industrie blijven zoeken naar kwalitatief betere digitale opname- en (met name) weergave-mogelijkheden! Goede voorbeelden van dit streven zijn DVD-Audio en Super Audio CD (SACD), waarover meer te lezen is even verderop. Het grootste knelpunt van CD's zit 'm enerzijds in de rigoreuze afkapping van alle geluidsignalen boven de 20000 hz. Dit is zo ongeveer het punt wat maximaal door mensen gehoord kan worden. Toch zit er boven die grens veel informatie die wel degelijk bijdraagt aan het gevoel en de ruimtelijkheid van muziek. Daarnaast is de bij CD-opname gebruikte 16-bits PCM digitale codering ook eigenlijk te beperkt om werkelijk alle mogelijke waarden van een geluidsbeeld te kunnen bevatten. Opslag in 20 of 24 bit is vele malen nauwkeuriger en benadert veel dichter het oorspronkelijke (analoge) signaal. Een totaal nieuwe manier van digitaal geluid opslaag en weergeven is de door Philips/Sony ontwikkelde DSD techniek. Lees direct verder bij de hierop aansluitende HDCD en DSD onderwerpen.