ASCII tekenset: American Standard Code for Information Interchange

Is een standaard om een aantal letters, cijfers, leestekens en andere symbolen te representeren en aan ieder teken in die reeks een geheel getal te koppelen, waarmee dat teken kan worden aangeduid. De code werd ontworpen door Bob Bremer. De standaard ASCII-tabel bestaat uit twee delen: de 95 zichtbare tekens (hoofd- en kleine letters, cijfers, leestekens, de spatie en enkele andere symbolen), en stuurcodes. Deze codes representeren geen zichtbare tekens, maar zijn opdrachten aan uitvoerapparaten of geven informatie over de data die verstuurd wordt. Sommige van deze codes herinneren nog aan het feit dat de uitvoer vroeger meestal niet op een beeldscherm werd getoond, maar met een teletype, een soort door een computer aangestuurde typemachine, op papier werd afgedrukt. Het teken bell deed dan ook werkelijk de bel van de teletype rinkelen, en een carriage return deed de wagen teruglopen, net als bij een typemachine. De laatste code, DEL, bestaat binair uit 7 enen. Deze code werd bij het lezen van ponsband genegeerd, zodat dit kon worden gebruikt om een fout te herstellen: als men per ongeluk het verkeerde teken had ingeponst, ponste men er eenvoudig een DEL (met overal gaten) overheen, zodat het foute teken werd genegeerd.